Verf-, coating- en lakdiktemeters: wat is het verschil?

Technisch is er geen verschil tussen een verfdiktemeter, een coatingdiktemeter en een lakdiktemeter. Het zijn drie handelsnamen voor hetzelfde type instrument: de laagdiktemeter voor verf en coating. Het verschil verfdiktemeter coatingdiktemeter lakdiktemeter: het zit in het meetprincipe en de sonde, niet in de naam. Voor coating op staal gebruikt u een magnetisch principe, voor coating op aluminium wervelstroom en voor lagen op hout of kunststof ultrasoon. Kies daarom op vier punten: ondergrond, diktebereik, ruwheid van het oppervlak en de norm in uw kwaliteitsplan.

Verf-, coating- en lakdiktemeters: wat is het verschil?

Verschil verfdiktemeter coatingdiktemeter lakdiktemeter: naam of techniek?

De drie namen komen uit verschillende branches. Schilders spreken van verf, de autobranche van lak en de industrie van coating. Leveranciers gebruiken de term die hun doelgroep zoekt. Over de werking van het apparaat zegt de naam dus niets.

Daar zit een praktisch risico. Stel dat een kwaliteitsmedewerker een lakdiktemeter bestelt omdat de klantspecificatie over lak gaat. Dan kan hij een meter krijgen die is afgestemd op dunne autolak, terwijl zijn bedrijf dikke meerlaagse systemen op staalconstructies aanbrengt. De meter werkt wel, maar het meetbereik of de sonde past niet bij het product.

Wat veel kopers over het hoofd zien: een laagdiktemeter meet de coating niet zelf. Volgens het overzicht van Wikipedia over de laagdiktemeter bepaalt het apparaat de dikte via de reactie van een magnetisch of elektromagnetisch veld op de ondergrond. Daarom bepaalt de ondergrond de keuze, niet de soort verf. Een verkeerde keuze kost geld. Te dunne lagen beschermen onvoldoende en te dikke lagen kunnen scheuren of bladderen. Dat betekent herwerk, afkeur of een discussie met uw opdrachtgever.

Welke meetprincipes zitten er achter een laagdiktemeter?

Vier principes zijn gangbaar. Welke u nodig heeft, hangt vooral af van het materiaal onder de coating en van het moment waarop u meet: tijdens het aanbrengen of na het uitharden.

Meetprincipe Ondergrond Typische toepassing Relevante norm
Magnetisch (inductie) Ferro: staal, gietijzer Natlak, poedercoating en verzinking op staal NEN-EN-ISO 2178
Wervelstroom Non-ferro: aluminium, koper, austenitisch RVS Lak en poedercoating op aluminium, anodiseerlagen ISO 2360
Ultrasoon Niet-metaal: hout, kunststof, composiet Lak op hout, coating op kunststof onderdelen Methoden binnen ISO 2808
Natte laagdiktekam of -wiel Elke ondergrond, tijdens applicatie Controle van natte verf vóór het drogen ISO 2808

NEN-EN-ISO 2178 legt de magnetische methode vast voor niet-destructieve metingen van niet-magnetiseerbare deklagen, zoals verf, op magnetiseerbare basismetalen. Een combimeter (ferro en non-ferro) heeft beide principes in één sonde en herkent de ondergrond meestal zelf.

De overkoepelende norm NEN-EN-ISO 2808 beschrijft een reeks methoden: natte laagdikte, droge laagdikte en de dikte van niet-uitgeharde poederlagen. Volgens SchildersVAK worden in de praktijk maar drie van de dertien methoden veel gebruikt. Een laagdiktekam is sneller, een laagdiktewiel nauwkeuriger. Een natte meting voorspelt de droge laagdikte, maar vervangt de eindcontrole niet.

Hoe komt u van meetvraag tot de juiste laagdiktemeter?

De keuze verloopt het best als een vaste reeks stappen. Zo legt u vooraf vast wat de meter moet kunnen, voordat u modellen vergelijkt.

  1. Ondergrond vastleggen. U inventariseert welke materialen er door uw lijn gaan: alleen staal, staal en aluminium, of ook hout en kunststof. De leverancier vertaalt dat naar magnetisch, wervelstroom, combi of ultrasoon.
  2. Diktebereik bepalen. U geeft de minimale en maximale laagdikte uit uw specificatie door, inclusief meerlaagse systemen. De leverancier controleert of dat bereik ruim binnen het meetbereik van de sonde valt, en niet op de grens ervan.
  3. Oppervlak en norm benoemen. U meldt of u op gestraald of glad materiaal meet en welke norm uw opdrachtgever voorschrijft. Volgens Engineersonline geldt binnen de systematiek van ISO 12944-5 ISO 19840 voor ruwe, gestraalde oppervlakken en ISO 2808 voor gladde en gegalvaniseerde ondergronden.
  4. Sonde kiezen op geometrie. U beschrijft kleine onderdelen, binnenhoeken, buizen of lasnaden. Daar kan een standaardsonde tekortschieten, zoals blijkt bij laagdikte meten op lasnaden.
  5. Kalibratie en verificatie afspreken. U legt vast hoe vaak de meter wordt geverifieerd en met welke folies of referentieplaatjes. Hoe dat op staal in de praktijk gaat, staat in het artikel over coatingdikte meten op staal en correct kalibreren.
  6. Proefmeten op eigen objecten. U laat de meter testen op een paar representatieve onderdelen, bij voorkeur via demonstratie of huur. Pas dan weet u of herhaalbaarheid en sondekeuze op uw producten kloppen.

Voor welk coatingbedrijf past welk type meter?

Een poedercoater die zowel stalen als aluminium profielen verwerkt, heeft doorgaans het meeste aan een combimeter. In de praktijk liggen poederlagen vaak rond enkele tientallen tot ruim honderd micrometer. Daarvoor is een combisonde meestal ruim voldoende, zolang de profielen niet te klein of te sterk gekromd zijn.

Een natlakbedrijf dat staalconstructies coat volgens NEN-EN-ISO 12944-5, werkt met verfsystemen die per omgeving en oppervlaktevoorbereiding worden gekozen. Hier telt meer dan alleen de meetwaarde: statistiek per meetvlak, rapportage en een procedure voor gestraald staal volgens ISO 19840.

Een anodiseerbedrijf meet dunne, niet-geleidende lagen op aluminium, doorgaans enkele tot enkele tientallen micrometers. Wervelstroom met een sonde voor kleine meetvlakken ligt dan voor de hand. Lakkerijen voor hout of kunststof onderdelen hebben een ultrasone laagdiktemeter nodig, omdat magnetische en wervelstroommeters op die ondergronden niets meten.

Niet geschikt is een laagdiktemeter als u de wanddikte van het staal onder de coating wilt weten. Daarvoor heeft u een ultrasone wanddiktemeter nodig. Een droge laagdiktemeter is ook overbodig als u alleen de natte laag tijdens het spuiten wilt bijsturen. Een kam of wiel volstaat dan, mits de eindcontrole elders is geregeld.

Wat vraagt u een leverancier voordat u een laagdiktemeter koopt of huurt?

De antwoorden op deze vragen laten zien of een aanbieder uw meetvraag begrijpt of alleen een apparaat verkoopt. Ze gelden ook als u meetapparatuur wilt huren voor een tijdelijk project.

  • Welke ondergronden dekt deze sonde precies af? Ferro, non-ferro of beide, en wat gebeurt er op RVS, gietijzer of verzinkt staal?
  • Ligt mijn diktebereik ruim binnen het meetbereik? Vraag naar de nauwkeurigheid bij uw eigen laagdikte, niet alleen naar het maximale bereik.
  • Ondersteunt de meter mijn norm? Denk aan ISO 2178, ISO 2360 of ISO 19840, inclusief de bijbehorende rekenwijze voor gestraald staal.
  • Is er een sonde voor mijn geometrie? Kleine onderdelen, radii en lasnaden vragen vaak een andere meetkop dan vlakke panelen.
  • Welke kalibratiedocumenten en referenties worden meegeleverd? Een kalibratiecertificaat en verificatiefolies maken uw metingen aantoonbaar bij een audit.
  • Kan ik eerst proefmeten of huren? Zo test u de meter op eigen objecten voordat u een investering doet. Ook de keuze tussen modellen, zoals bij PosiTest DFT of PosiTector, wordt dan concreet.

Veelgestelde vragen

Kan een lakdiktemeter ook poedercoating meten?

Poedercoating meet u met hetzelfde magnetische of wervelstroomprincipe als lak, dus de naam is geen beletsel. Controleer wel of het meetbereik past bij dikkere poederlagen of bij meerlaagse systemen. Voor niet-uitgeharde poederlagen beschrijft ISO 2808 aparte methoden.

Meet een coatingdiktemeter ook de wanddikte van het staal?

Nee, een coatingdiktemeter meet alleen de laag boven de ondergrond. Voor de staaldikte onder de verf heeft u een ultrasone wanddiktemeter nodig. Of u daarbij de coating moet verwijderen, leest u in het artikel over wanddikte meten door coating of na verwijderen.

Wat is het verschil tussen natte en droge laagdikte meten?

Natte laagdikte meet u direct na het aanbrengen met een kam of wiel, om de applicatie bij te sturen. De droge laagdikte meet u na het uitharden met een elektronische laagdiktemeter. Voor uw klant telt doorgaans de droge waarde.

Heb ik voor gestraald staal een andere meter nodig?

Gestraald staal vraagt meestal geen ander apparaat, wel een andere werkwijze. Het ruwheidsprofiel beïnvloedt de meetwaarde, daarom schrijft ISO 19840 een eigen meet- en correctiemethode voor. Kies een meter die deze rekenwijze ondersteunt als uw opdrachtgever dat eist.

Is een combimeter voor ferro en non-ferro altijd de beste keuze?

Een combimeter is handig bij gemengde productie, maar niet automatisch de beste keuze. Bij zeer dunne lagen, kleine meetvlakken of specifieke normeisen past een losse, gespecialiseerde sonde vaak beter. Laat de keuze afhangen van uw lastigste meetpunt, niet van het gemiddelde.

Waar begint u bij de keuze van een laagdiktemeter?

Het verschil tussen verfdiktemeter, coatingdiktemeter en lakdiktemeter is dus vooral een kwestie van naamgeving. Leg eerst ondergrond, diktebereik, oppervlak en norm vast, en kies pas daarna een meetprincipe en sonde.

Voor welk coatingbedrijf past welk type meter?

Diktemeter – NDT Benelux levert laagdiktemeters van onder meer DeFelsko voor ferro- en non-ferro ondergronden, inclusief anodiseerlagen op aluminium. Let bij de keuze op de sonde, het meetbereik en de kalibratie. Wie eerst op eigen objecten wil proefmeten, kan een meter huren of een training volgen. Leg uw meetvraag voor via laagdiktemeters en advies op diktemeter.com en vraag een offerte of huuroptie aan voor uw eigen toepassing.

Veelgestelde vragen over verfdikte-, coatingdikte- en lakdiktemeters

Wat is het verschil tussen een verfdiktemeter en een coatingdiktemeter?

In de praktijk is er meestal geen technisch verschil. Beide termen worden gebruikt voor instrumenten die de dikte van een aangebrachte laag meten. Verfdiktemeter wordt vaak gebruikt bij lak en verf; coatingdiktemeter is breder en omvat bijvoorbeeld ook poedercoating, galvanische lagen en anodiseerlagen.

Kan ik lakdikte meten op aluminium?

Ja, mits u een meter of sonde gebruikt voor non-ferro metalen. Op aluminium werkt meestal het wervelstroomprincipe. Controleer wel of het instrument geschikt is voor het type laag dat u meet, bijvoorbeeld lak, poedercoating of anodiseerlaag.

Werkt een laagdiktemeter ook op kunststof, hout of beton?

Een standaard magnetische of wervelstroom-laagdiktemeter meet doorgaans alleen niet-destructief op metalen ondergronden. Voor coatings op kunststof, hout, beton of composiet zijn andere technieken nodig, zoals ultrasone diktemeting. Daarbij moet de coating en ondergrond wel geschikt zijn voor die meetmethode.

Meet een combimeter automatisch op staal en aluminium?

Veel combimeters herkennen de ondergrond automatisch en schakelen tussen magnetische inductie voor ferro metalen en wervelstroom voor non-ferro metalen. Controleer dit altijd in de specificaties: niet iedere combimeter ondersteunt elk materiaal, meetbereik of type sonde.

Hoe nauwkeurig is een coatingdiktemeter?

De nauwkeurigheid hangt af van het instrument, de sonde, de laagdikte, de ondergrond en de kalibratie. Fabrikanten geven de nauwkeurigheid meestal op als een combinatie van een vaste afwijking in micrometers en een percentage van de gemeten waarde. Voor betrouwbare resultaten moet u kalibreren op een representatief onbedekt basismateriaal.

Waarom wijken metingen op een rand of las af?

Randen, krommingen, lassen en kleine meetvlakken beïnvloeden het magnetische veld of de wervelstromen waarop de meter meet. Daardoor kan de waarde afwijken van de werkelijke laagdikte. Gebruik indien mogelijk een geschikte kleine sonde, houd voldoende afstand tot randen en volg de aanwijzingen van de fabrikant.

Kan een laagdiktemeter meerdere lagen afzonderlijk meten?

Een conventionele verfdiktemeter meet meestal de totale dikte van alle niet-magnetische lagen boven een metalen ondergrond. Wilt u afzonderlijke laklagen of coatinglagen in een meerlaags systeem bepalen, dan is vaak een andere methode nodig, zoals ultrasoon meten of microscopisch onderzoek van een doorsnede.

Moet ik een laagdiktemeter kalibreren?

Ja. Controleer en kalibreer de meter vóór een meetserie, zeker wanneer de ondergrond, geometrie, temperatuur of sonde verandert. Gebruik daarvoor nulplaten en kalibratiefolies die passen bij het materiaal en het verwachte diktebereik.

Conclusie

Een verfdiktemeter, lakdiktemeter en coatingdiktemeter verwijzen meestal naar hetzelfde type meetinstrument: een meter voor het niet-destructief bepalen van laagdikte. Het verschil verfdiktemeter coatingdiktemeter lakdiktemeter wordt niet bepaald door de naam, maar door de ondergrond, de coating, de verwachte laagdikte, de vorm van het product en eventuele kwaliteitseisen.

Voor staal is een ferro-meter of magnetische meetmethode nodig; voor aluminium, koper en andere non-ferro metalen is wervelstroommeting gebruikelijk. Bij wisselende ondergronden biedt een combimeter uitkomst, terwijl complexe vormen, kleine onderdelen en kritische toleranties juist om een specifieke sonde en zorgvuldige kalibratie vragen.

Hulp nodig bij de juiste diktemeter, sonde of meetmethode?

Stel je vraag

Bronnen

Artikel gemaakt met Launchmind